Als ma van huis is, komt Bavaria op tafel. (kat) |
Als er één fles uit het krat is staat de rest er nog in !! |
Wie het onderste uit zijn glas wil krijgen, krijgt het schuim op zijn neus.(pan deksel) |
Hij is op de verkeerde kruk gezet. (been) |
Achter het glas drinken. |
Even een Biertje scheppen (luchtje) |
Eet nooit gele sneeuw. |
Het twintigste beugeltje is een daalder waard. |
De beste zuiplappen zitten thuis. (scheepslui) |
Van A naar Bier (van A nar Beter) |
Je kan beter iets in de soep laten lopen dan in je bier. |
Morgenstond heeft een kater in de mond. (goud) |
Scheel zien van de dorst. (honger) |
Zelfs de beste drinker verslikt zich wel eens. (steek vallen) |
Een ezel drinkt geen twee keer van dezelfde malt. (steen) |
Jong gedronken is oud versleten. (geleerd gedaan) |
De eerste pint is een daalder waard. (klap) |
De zon niet in het bier zien schijnen (water) |
Hij groeit op voor galg en krat. (rat) |
Goede wijn is nog geen bier (behoeft geen krans) |
Dit is geen klein bier. |
In de kroeg gelogeerd zijn. (aap) |
De beugels in z'n laarsje tappen. |
Eens gedronken blijft gedronken. |
Daar moet ik nog een nachtje over drinken. (slapen) |
Er zijn kratjes onder zetten. (rug) |
Alleen voor het bier komt de aap uit de mouw. |
Kleine pullen hebben grote oren. (potjes) |
In de hemel is geen bier, daarom drinken wij het hier |
t Bier niet opdrinken voordat het getapt is. |
Men moet geen lege flesjes uit de koelkast halen. |
Een zatlap valt niet ver van de kroeg. (appel boom) |
Van een fles een vat maken. |
Drinken, is een schone zaak. (geduld) |
De grootste zeikerds maken de kleinste plasjes. |
Er verdrinken er meer in het glas dan in de zee. |
Al het goede komt uit de tap. (boven) |
Wat in het vat zit, verzuurt zeker (niet) |
Dat is geen zuivere pils. (koffie) |
Voor het tapje gehouden worden. (lapje) |
Een glas bier op de mouw spelden. (aap) |
Malt als bier verkopen. |
Wie het bier proeft, hij drinke het op. (schoen passen) |
Iemand een biertje van eigen tap geven. (broodje deeg) |
Bier regeert met ijzeren hand. |
Weten waar Abraham zijn bier haalt. (mosterd) |
Wie in het café drinkt kan de rekening verwachten (kaatst bal) |
Je kan maar dertig of veertig glazen bier per dag drinken, hoe rijk je ook bent. |
Ik heb geen drankprobleem,behalve als mijn bier op is. |
't Bier is niet voor de ganzen gebrouwen. (Zwijnen) |
Bier maakt de man. (kleren) |
Het is niet alleen bier wat er getapt wordt. |
Wie het laatst drinkt, lacht het meest. (lacht) |
Uit een leeg glas, is het lastig drinken |
Het bier bij de buren is altijd koeler. (gras groener) |
Men kan nooit weten hoe een koe een pilsje opent. |
Bier goed, al goed. (eind) |
Bier heelt alle wonden |
Wie het laatst lacht kan op dat moment niet drinken. |
Zoals de oude dronken, zo nippen de jongen (zongen piepen) |
Bier zonder alcohol is als een BH aan de waslijn, het beste is eruit.. |
Wie Alfa zegt, moet ook bier zeggen. (a b) |
Elke dag dronken, is ook een regelmatig leven. |
Bier met liefde gebrouwen drink je met verstand. |
Als twee zuiplappen vechten om een pint, gaat de derde ermee lopen.(honden) |
Wie een kuil graaft voor een ander krijgt grote dorst. |
Die het bier niet kent, drinkt het niet. |
Zoals het tapje thuis tapt, tapt het nergens. (klokje) |
Als het bier gedronken is, sluit men de tap. (kat put) |
Het bier wordt nooit zo koud gedronken, als hij wordt getapt. |
Als er 1 bier uit de tap is volgen er meer (schaap en dam) |
Beter een pens van het zuipen dan een bult van het werken. |
Oost, west, dorst gelest. (thuis best) |
Op een droogje zitten. (niets aangeboden krijgen) |
Wie het bier niet kent, drinkt het niet. |
Er zit een addertje onder het glas. (gras) |
Beter een half glas dan een leeg fles. (ei dop) |
Bier om bier, malt om malt. (oog tand) |
Boontje komt om zijn Pilsje (loontje) |
Hoge glazen bevatten veel bier. (bomen wind) |
Hij heeft te diep in het glas gekeken. (hij heeft teveel gedronken) |
De glazen horen klinken, maar de tap niet weten staan. (klok klepel) |
Drink zonder zorgen, de kater komt pas morgen. |
Eigen tap is goud waard. (haard) |
Wie bier bewaard, hij is het niet waard. |
De zatlap valt niet ver van de kruk, (appel boom) |
Beter een biertje in de hand , Dan de lucht van tien |
Het bier niet opdrinken voordat het getapt is. |
Een pintje in de bak kopen. (kat zak) |
Wie voor Amstel Malt geboren is, zal nooit Bavaria drinken. (dubbeltje kwartje) |
Men drinkt het bier nooit ver van de tap. |
Er zijn er meer verdronken in het glas dan in de zee. |
Kanon verwijt dat ie soft is. |
Op de verkeerde kruk gezet worden. |
Hoe meer je drinkt hoe zatter je wordt |
Loop naar de kroeg (maan) |
Iemand een Malt aannaaien (oor) |
Beter één biertje in de hand, dan een krat Grosch op de grond. (vogel lucht) |
Je vangt meer alcoholisten met bier, dan met water. (stropers) |
Het was echt een bierdop op z'n kant. |
Roet in het bier gooien. (eten) |
Een pilsje om lopen. (blokje) |
Zeven volle glazen en zeven lege glazen (jaren) |
Naast de tap zuipen. (pot plassen) |
Die het bier lust, drinke het op. |
Bier verdrinken er meer in het glas dan in de zee. |
Bier is niet in één dag gebrouwen. |
Een goed café om de hoek is beter dan een verre brouwerij. (buur vriend) |
Amstel heeft alle worden. |
Hij schrijft met een riek. (dunnel schrijven) |
Waar gedronken wordt, vallen druppels. (hakken spaanders) |
Wie te diep in het glas kijkt en de bodem ziet moet een nieuwe bestellen. |
In het land van Heineken is Bavaria koning. (blinden eenoog) |
Mijn vrouw drinkt meer als ik, alleen om mij aantrekkelijker te vinden. |
Die het laatst drinkt, lacht het beste. |
Hij wast zijn handen in bier. (onschuld) |
Wie het eerste uit z'n glas wil krijgen, krijgt het schuim op z'n neus. |
Hij heeft zijn ziel aan Sint Servattumus verkocht. (de duivel) |
Voor een appel en een Pils verkopen (ei) |
Alcohol in de wonden strooien. (zout) |
Van het bier in de trappist geraken. (wal sloot) |
Waar schuim is, is bier. (rook vur) |
Bier maakt blind. (liefde) |
De pils uit de tap kijken. (kat boom) |
Er is niets nieuws onder de tap. (zon) |
Alle wegen leiden naar de kroeg. (Rome) |
De beste weg naar het aardse paradijs, is de trap naar de bierkelder. |
Het bier is niet voor de glazen gebrouwen. (zwijnen) |
Denkend aan bier, kan ik niet slapen. |
De pul bij het handvat pakken. |
Hij zuipt tot zijn nek krakt. |
De tap te hoog leggen (lat) |
Hardlopers zijn van de blauwe knoop (doodlopers) |
Eén biertje maakt nog geen dronkenschap. (zwaluw zomer) |
t Is niet alleen bier wat er getapt wordt. |
Bier maakt meer goed, dan vrouwen kapot kunnen maken. |
Wie goed doet, bier ontmoet. |
Daar zuipen ze pijpenstelen |
Het schip verging met man en bier. (muis) |
Hij heeft hoog water (hij moet naar de WC) |
Hij slaat het flesje op zijn dop. (spijker kop) |
Hij loopt niet in zeven kroegen tegelijk. (sloten) |
Het regent Oud Bruin. (pijpenstelen) |
Het beste pilsje uit de kelder halen. |
Een pils in de kroeg vinden (naald hooiberg) |
Bier verzacht de arbeid. |
Een rustige kroeg is beter, je kunt er sneller bestellen. |
In ieder glas past een bier. (potje deksel) |
Lekker bier wordt veel getapt. |
Boontje komt om zijn Biertje (loontje) |
Wie het bier lust, drinke het op. |
Een beugeltje in een zak kopen. |
Men kan water drinken in plaats van bier, maar dan is het jammer dorst te hebben. |
Met een krat bier in huis vallen. |
Beter een goede kroeg dan een verre buur. (buur vriend) |
Geen bier zonder schuim. |
Geen bier op mijn kop dat daar aan denkt. (haar) |
Over je kruk getild worden. (paart) |
Hij heeft drie biertjes in een glas. |
Het bier is in het verkeerde keelsgat geschoten. |
De pils aan Maarten geven. (pijp) |
Wie drinkt, zal plassen. (zaait oogsten) |
Wie het glas past, hij drinke het leeg. |
Ze praten over glazen en pullen. (koetjes kalfjes) |
Men moet geen dode biertjes uit de tap halen. (koeien sloot) |
Malt verwijt Lingens dat hij soft is. |
Liever Pilsjes worden niet getapt (koekjes gebakken) |
Zo gedronken, zo geronken (slapen) (zo gewonnen zo geronnen) |
Het was echt een bierdop op zijn kant. (dubbeltje) |
Ik drink uitsluitend om mijn vrouw aantrekkelijk te maken. |
Als je hoort hoe het klokje thuis tikt, zit je niet in een café. |
Men moet drinken uit de glazen die men heeft. |
Iets met een korreltje Mout nemen (zout) |
Er moet hem geen glas dwars zitten. (scheet) |
Jong bier moet gisten. |
Zo dom als een maltdrinker. (ezel) |
Bier naar de tap dragen. (water zee) |
Bier is een goede dienaar, maar een slechte meester. |
De kater in de pot vinden. (hond) |
Als het bier uit de kraan kwam als water, hadden we elke dag een kater |
Nu zijn de pilsjes aan het dansen. (poppen) |
Een beugeltje in de kraag vatten. |
Het pijpje aan Maarten geven. |
Al te goed is buurmans bier. (gek) |
De kogel is door de kroeg. (kerk) |
Goedkoop is maltkoop. (duurkoop) |
Je handen wassen in onschuld is beter dan ze wassen in bier |
Zijn krat aan de wilgen hangen. (jas) |
De regels aan z'n laarsje lappen. (laars!!) |
Een pilsje bij de kraag vatten. (koe horens) |
't Beste pilsje uit de kelder halen. |
Wie een gat graaft voor een ander heeft wel een biertje verdient !!! |
Eigen bier smaakt het best |
Vechten tegen de bierkaai. |
Een carnavalskraker, is iemand die illegaal in de kroeg is gaan wonen. |
Je neus in andermans bier steken (zaken) |
Er hangt slecht bier in de lucht (weer) |
Beter één beugeltje in je hand, dan tien op de grond. |
Een biertje wordt nooit ver van de tap gedronken. |
Amstel is een goede dienaar, en geen slechte meester. |
Leven als God in een café. (Frankrijk) |
Het bier wordt nooit zo koud gedronken als het wordt getapt. (soep opgeschept) |
Hij leeft op te grote fles. (voet) |
Hoe meer biertjes, hoe meer vreugde. (zielen) |
Met zijn neus in de schuimkraag vallen. |
Iedereen zegt dat ik teveel drink, maar miemand praat over mijn dorst. |
Als de vrouw van huis is, komt het bier op tafel. (kat Muizen) |
Ter land, ter zee en in de kroeg. (lucht) |
Joost mag het drinken. (weten) |
Wie bier zaait zal whisky oogsten. |